Speech van Paul Brandt bij De beste plek ter wereld van Roanne van Voorst

EEN JONGE VROUW MET LEF, NIEUWSGIERIGHEID EN EEN ZEER GOEDE PEN

Speech van Paul Brandt bij De beste plek ter wereld van Roanne van Voorst

Lieve Roanne, beste vrienden, familie en collega’s, namens uitgeverij Brandt heet ik u van harte welkom bij de presentatie van De beste plek ter wereld. Leven in de sloppen van Jakarta, geschreven door Roanne van Voorst. Een bijzonder woord van welkom aan Elske Schouten, chef buitenland van NRC, die straks een eerste exemplaar in ontvangst zal nemen. Ik verwelkom Roanne zelf als kersverse auteur bij onze uitgeverij: het is dus haar eerste boek bij ons, maar al haar derde boek bij drie verschillende uitgeverijen – dat wordt dus nog een hele toer om te voorkomen dat deze gewilde speler zich niet wéér op de transfermarkt begeeft.

Mensen op de universiteit kunnen niet schrijven. Dat leek mij wel een aardige openingszin ter overweging. Roanne overweegt op dit moment vooral of ze eerst bij uitgeverij Prometheus zal aankloppen, of bij uitgeverij Lebowski. Nou, maar wacht even: ik spreek voor mezelf. Toen ik eind jaren tachtig mijn studie geschiedenis had afgerond, vond ik dat ik op de universiteit een gekunsteld, vreemd gezwollen taalgebruik had ontwikkeld. Academici maken op die manier natuurlijk indruk op mensen die dat gekunstelde, vreemd gezwollen taalgebruik niet hebben aangeleerd, en dat de buitenwereld daarmee kan zien dat academici niet van de straat zijn, zoals bijvoorbeeld ook te merken is aan het jargon van juristen en medici. Maar als die taal eenmaal je gereedschap is, zie je dat het eigenlijk niet meer dan een trucje is, met ook nog eens de verleidelijke eigenschap dat je er redelijk makkelijk mee kunt camoufleren als je eigenlijk weinig te melden hebt. Er waren natuurlijk uitzonderingen, professoren die wel helder en beeldend formuleerden, zoals Karel van het Reve – meteen ook een van de beste schrijvers van ons taalgebied ooit – maar, in de woorden van Johan Cruijff: ‘Eén duif maakt nog geen zomer.’ De meesten vielen wel ten prooi aan ijdel, aanstellerig proza, onder wie degene die u nu toespreekt.

En toen kwam ik vorig jaar in contact met Roanne. In haar cv zag ik dat ze antropoloog was, en in 2014 cum laude was afgestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. Dat was natuurlijk geen best teken – ik raad sowieso iedereen aan op je cv uitsluitend je positieve prestaties te vermelden. Ondanks deze valse start gaf ik Roanne toch nog een kans, ook omdat we eerst in café Thijssen een heel leuk gesprek hadden, waarin we onder andere het erover eens waren dat je in een boek voor een breed publiek zware onderwerpen licht moet brengen, en lichte onderwerpen zwaar. Zou je bijvoorbeeld bij een zwaar onderwerp als de leefomstandigheden in de sloppen van Jakarta alleen benadrukken dat de mensen er ziek, zwak en misselijk zijn, dan is er weinig reden voor potentiële lezers om op een holletje naar de boekhandel te gaan. Het mooie van goede boeken is niet dat je in een bepaalde overtuiging bevestigd wordt, maar juist dat je aan het twijfelen wordt gebracht, of in ieder geval een veel genuanceerder beeld krijgt dat ook de minder voor de hand liggende kanten van de zaak belicht. Roanne vertelde bijvoorbeeld over de keer dat ze echt goed ziek was in het jaar dat ze in Jakarta verbleef. Haar sloppenwijkgenoten wilden per se niet dat zij naar het ziekenhuis zou gaan, en met reden, want de sloppenbewoners zijn doorgaans onverzekerd en hebben daarom heel slechte ervaringen met de ziekenhuizen: vaak worden ze er niet behandeld, of pas zo laat dat het in enkele gevallen al niet meer hoeft. Toen Roanne zeker wist dat massages met helende kruidenolie haar ook niet op de been zouden krijgen, zette ze toch door om naar het ziekenhuis te gaan. Toen ze na een dag of twee weer monter de wijk binnenliep, waren alle buurtbewoners superblij dat ze weer beter was… ‘ondanks dat ze naar het ziekenhuis was gegaan’.

Voor mij was de grootste verrassing natuurlijk toen ik de eerste verhalen van Roanne las: verre van mijn vooroordeel bleek haar proza helder, beeldend, fris, humoristisch, persoonlijk, hier en daar kwetsbaar zelfs – niet zo vreemd dat ze met haar vorige boek ook al heeft laten zien dat er een literair schrijver in haar huist. Ze is nergens pretentieus, ze heeft zelfspot, en – niet te vergeten – ongelooflijk veel lef om met een open vizier op de moeilijkste situaties af te stappen. Ik vind het werkelijk een groot voorrecht dat ik dit boek mag uitgeven, en mijn collega’s Annemiek Heinen, Anouk Boelsma en ik zullen er dus alles aan doen om haar binnen onze gelederen te houden. Mede daarom is het fijn te melden dat we in augustus dit jaar al een ander boek van haar zullen uitgeven: Roanne is zeg maar die tweede duif die het nu, begin februari, toch al zomer maakt. Analoog aan die anekdote van het ziekenhuis zou ik zelfs willen stellen dat Roanne een van de meest veelzijdige en getalenteerde schrijvers van dit moment is… ondanks dat ze aan de universiteit verbonden is.

U mag mij straks slaan, maar graag geef ik nu eerst het woord aan Roanne van Voorst.


Nederland

Paul Brandt - uitgever/publisher
paul@uitgeverijbrandt.nl

Michiel Boek - manager verkoop
michiel@bureauboek.nl

Jacqueline de Jong - acquirerend redacteur
jacqueline@uitgeverijbrandt.nl

Annemieke Heinen - bureauredactie 
annemiek@uitgeverijbrandt.nl

Saskia Hausel  - publiciteit
saskia@uitgeverijbrandt.nl

Karin Ruigrok - publiciteit
karin@uitgeverijbrandt.nl

 

België

Elkedag Boeken
Jodenstraat 16
2000 Antwerpen
+32(0) 3 345 60 40
info@elkedagboeken.be

Elianne Nijborg - verkoop binnendienst
elianne@elkedagboeken.be

Pieter Boschmans - verkoop buitendienst
pieter@elkedagboeken.be

Suzy Mertens - verkoop buitendienst 
suzy@elkedagboeken.be

Sophie Verbist - Pers en promotie 
sophie@elkedagboeken.be

Contact

Uitgeverij Brandt
Postbus 14858
1001 LJ Amsterdam
Uitgeverij-Brandt
Uitgeverijbrandt
UitgeverBrandt